vrijdag 22 januari 2010

La Brousse

Afgelopen week ben ik wel vier keer de rimboe in geweest om dorpjes te bezoeken. In het eerste dorp was ik om de tuin van de gehandicapten te bekijken, en in een ander dorp om bij een groot feest te zijn ter ere van een Malinese filantroop.

Met name het feest in het dorpje Gunbango was een groot spektakel vol met bombarie, muziek, gedans en geweerschoten! Ook heel fijn om te zien dat de rijke Malinesen ook geld in hun eigen land willen investeren. Als het lukt, zet ik straks ook wat filmpjes online. Een nachtje doorbrengen in een 'echt authentiek' Malinees dorp was natuurlijk ook een hele ervaring (al heb ik niet zo lekker geslapen).En gisteren heb ik met mijn 'vader' Adama het dorp bezocht waar hij vice-burgemeester is en hebben we vervolgens een nachtje doorgebracht in het dorp waar zijn eerste vrouw woont.

Ieder bezoek gaat gepaard met een bezoek aan de chief, de dorpoudste en in mijn geval ook de medical centre, want ze denken allemaal hier dat ik arts ben. Ik laat ze maar een beetje in die waan omdat ik het niet zo goed uit kan leggen hoe het nu echt in elkaar zit. Ieder bezoek gaat gepaard met de vraag of er geen geld kan worden gegeven voor een of ander project. Ik houd het er maar op dat ik maar een klein persoontje in het hele spel ben, en dat ik nu dus geen beloftes kan maken. Toch zijn ze erg vereerd door mijn bezoek en krijg ik ook geregeld naast veel gelukswensen ook cadeautjes mee: papaya's, sinaasappels en vanochten een kip! Ze heet Poelie, maar ik heb haar bij de eerste vrouw van Adama achtergelaten. Ik betwijfel of ze nog lang te leven heeft.

In ieder dorp zijn de kinderen nogal viezig, maar wel lief en gek op foto's. Ook de oudjes vinden een digitaal fototoestel opvallend leuk. Ik moet dus uitkijken waar ik mijn camera wel anders word ik continu belaagd. Alle mensen zijn heel aardig en hartelijk, al versta ik na drie zinnen niet meer wat ze zeggen. Ze spreken namelijk alleen maar Bambara.

Het leven in de dorpjes is hard, maar eigenlijk lijkt het voor vooral de mannen nog wel mee te vallen. Lekker in de schaduw zitten, en een beetje belangrijjk doen (vooral als je vice-burgemeester bent) door veel te praten en af en toe een stempel te zetten. Niet dat ik het ze kwalijk neem: als de temperatuur in Nederland het gehele jaar tussen de 30 en de 45 graden Celsius zou liggen, zouden wij waarschijnlijk ook aanmerkelijk minder productief zijn. En er zijn natuurlijk ook zeker Malinese mannen die wel heel hard werken, vooral in de stad. Ze vinden overigens dat ik, net als alle Nederlanders, hard werk.

De vrouwen werken hier, ook in vergelijking met mij, juist heel hard, want koken hier is een flinke klus, inclusief hout sprokkelen, graan malen, en vooral heel veel wachten. En dat twee keer per dag. Ik zou er het geduld niet voor hebben. Er zijn overigens opvallend veel vrouwen en kleine kinderen in de dorpjes. Bijna alle mannen hebben twee, drie of vier vrouwen en alle grote kinderen wonen bij familie in de stad om daar naar de middelbare school te gaan of te werken. Ik begrijp nog niet helemaal hoe dat logistiek met polygamie werkt: er moet toch ergens een groot overschot aan single mannen zijn. Ik ga dat toch eens navragen bij Adama...

donderdag 14 januari 2010

21 rolstoelen, twee burgemeesters en geen kippen

Op de werkplaats van de Cooperation pour les Personnes Handicapées 'werken' 26 mensen. Werken tussen aanhalingstekens, want eigenlijk wordt er amper gewerkt. Er zijn te weinig mensen die hun producten willen kopen, en dus kost het te veel geld om bijvoorbeeld de uit Nederland afkomstige naaimachine te gebruiken.

Ik ben in Kita om te kijken in hoeverre we de economische zelfstandigheid van deze groep kunnen verbeteren. In dit stadje en omstreken zijn ongeveer 3500 lichamelijk gehandicapten. Omdat de Malinese cultuur een hechte familiecultuur heeft, wordt er over het algemeen redelijk tot goed voor ze gezorgd. Maar omdat hun hersenen en hun handen vaak prima werken, willen de gehandicapten bij de Cooperation meer.


Aan ideeën is er in elk geval geen gebrek: een lasapparaat, een koelkast om ijsjes te verkopen en een werkplaats om zelf rolstoelen te maken behoren onder andere tot de wensen. Maar het probleem blijft dat er nu geen goede plek is om hun producten te verkopen. Om een marktplaats te bemachtigen moet ik met een goed omschreven plan langs bij de burgemeester van Kita. Ik ben inmiddels goede vriendjes met de derde vice-burgemeester (het lijkt de Europese Unie wel) dus wellicht kan hij een goed woordje voor me doen. En dan maar hopen dat de gehandicapten inderdaad genoeg kunnen produceren om iedere dag op de markt te staan, of in hun geval: te zitten.

Mobiliteit is een vereiste voor economische zelfstandigheid. De burgemeester van Voorschoten heeft in december Kita bezocht en beloofd om de aanschaf van een aantal speciale driewiel-rolstoelen te financieren. Maar de lijst van gewilligden is lang, en hoewel lokaal gemaakt, zijn de driewielers schikbarend duur. Het is dus nog de vraag hoeveel rolstoelen er gemaakt gaan worden en hoeveel gehandicapten nog langer moeten wachten op extra bewegingsvrijheid.

En dan is er het niet afgebouwde kippenhok. Omdat het houden van kippen goed door gehandicapten gedaan kan worden, en hier redelijk wat geld mee te verdienen is, is destijds besloten om de bouw van een kippenhok te financieren. Uit Nederland zijn mooie ontwerpen verstuurd. Maar helaas: er staat er nu alleen maar een cementen hok van 2 bij 8 meter, zonder dak en zonder kippen. Grote vraag is nu wat hier mee gaat gebeuren...

Wordt vervolgd...

4 - 4

Op 10 januari was de aftrap van de Africa Cup met als beginwedstrijd Angola – Mali. Deze wedstrijd gaat waarschijnlijk de hoofdjes (want boeken zijn hier schaars) in als zeer memorabel: Na met 4-1 achter te hebben gestaan, zijn de Malinese voetballers erin geslaagd om dit terug te brengen tot een gelijkspel met twee doelpunten in de blessuretijd! Na afloop gingen de Malinese kinderen massaal de straat op om deze uitslag te vieren. Hieronder een filmpje.


Vanmiddag het vervolg: Mali - Algerije! Het mannelijke deel van mijn familie vindt me overigens een goede partisaan, want ik heb een Malinees vlaggetje en juich hard mee. Hiephoi een vrouw die voetbal kijkt!

zondag 10 januari 2010

Ikakene (ofwel: hoe gaat het)?

Een eerste bericht uit Mali. Tout va bien!

Na een eerste opstartprobleempje – aansluitend vliegtuig gemist dus een nachtje in Casablanca – eerst twee nachtjes doorgebracht in een druk Bamako. Wat een overgang: van -5 graden Celsius naar + 35 graden. En het wordt nog 'erger'!

Mijn lichaam moest wel even wennen, maar dat kan ook komen omdat ik door de Malinezen overtuigd was dat het water hier gezuiverd is, of kwam het toch door het voedsel. Ze snappen niets van vegetariër-zijn, maar ze doen hun
best om me zo weinig mogelijk ni viande, ni poulet, ni poisson te voor te schotelen...

Mijn reis van Bamako naar Kita verliep goed, vooral omdat ik vergezeld werd door een heel gezellige meneer genaamd Cherif Coulibali, de voorzitter van de Coordination, de Malinese dependance van de Jumelage-Voorschoten-Kita. Cherif doopte me meteen om tot Miriam Couliballi, mijn lokale naam. Later kwam ik er achter dat Coulibali eigenlijk een naam was die slaven droegen, dus ik vraag me af of ik blij mag zijn met deze naam.

Ik logeer in het huis van Adama, eveneens lid van de Coordination. Het is erg druk, want er zijn twee vrouwen en zeven kinderen en nog een hoop neefjes en nichtjes. De kinderen vinden mij en ook mijn computer erg gezellig – ze proberen nu allemaal mee te lezen wat ik schrijf. Gelukkig vindt het meeste leven buiten plaats en heb ik een eigen kamertje. Deze staat alleen helemaal vol met mijn enorme bed. Omdat Ernst ook een paar dagjes langs komt, hebben ze speciaal een tweepersoonsbed voor me gemaakt (Adama is timmerman). Maar een matras is niet van hout, dus mijn eerste daad in Kita was een nieuw matras kopen.

Frans praten is overigens best lastig hier omdat er heel veel Bambara (de lokale taal) doorheen gegooid wordt. Ik doe mijn best om een beetje Bambara te leren, zodat ik ook kan vragen: Hoe is het met je? Lekker geslapen? Hoe is het met je familie? Hoe is het je buren? Hoe is het op school? Ze zijn hier erg gezellig en blijven bij iedereen staan die ze ook maar een beetje kennen. Lopen gaat dus niet zo snel.

Maar gelukkig heb ik een fiets! En roep ik naar iedereen die ik zie
anasogoma, anatile, anahula of anasu, afhankelijk van de tijd van de dag. Het is een Chinese fiets in Afrika, dus echt topkwaliteit! Maar ik fiets nu lekker door Kita van mijn project naar de markt, mijn huis, Cherif, en het internetcafé.

Volgende keer vertel ik meer over de aanvang van mijn project! Kambé!