zondag 11 april 2010

Mijn reis in een vogelvlucht


Steeds meer mensen weten het, dus ik kan het niet meer verhullen: Ik ben weer thuis!
Het is nog even behoorlijk wennen hier. Alles is schoon (ik merk niets van die stakingen), supermarkten zijn vol met mensen én producten en brr ik vind het ook best wel koud. Hoewel, het lente-zonnetje voelt wel heel plezierig in vergelijking met de agressieve Mali-zon.

Het is inmiddels al een tijd en een hele rondreis geleden dat ik voor het laatst van me heb laten horen, dus hier alsnog een heel korte samenvatting van mijn reis.

De reis begon in Bamako. Samen met vriendinnetje Stef reisden we vanaf daar verder langs Segou, een leuk stadje aan de Niger, Djenné, met de grote moskee en maandagmarkt, en Mopti, om vanaf daar richting het land van de Dogon te trekken. De Dogon is een Malinese stam, die nog sterk vast houdt aan hun eigen tradities en tot voor kort nog hoog in de rotsen woonden. De vlakte is heel mooi en de huisjes in de rotsen zijn geweldig om te zien.

Persoonlijk hoogtepunt was de tocht van - en - naar Timboektoe. De Nederlandse regering geeft voor dit mythische stadje momenteel een negatief reisadvies af omdat de Al Qaida van de Mahgreb in de woestijn ten noorden van de rivier de Niger zou huizen. Maar: 'Vedi Timboektoe e poi muori' (eerst Timboektoe zien en dan sterven), want Timboektoe moet je toch gezien hebben als je in Mali bent en ik noem mijn blog natuurlijk niet voor niets timblogtoe! Uiteindelijk ervaarden Stef en ik het risico op een auto-ongeluk tijdens onze vierentwintig-uur-durende reis in de fourwheeldrive ernaartoe als veel bedreigender. En het stadje zelf was rustig en mooi, de woestijnen geweldig en de mensen hartverwarmend.

Na een korte tussenstop in Mopti, verruilden we Mali voor Burkina Faso. Burkina is heel tranquil (relaxt zouden wij dat noemen) en meteen een klein beetje rijker en groener dat Mali. We hebben nijlpaarden gezien, bij watervallen gezwommen en biertjes gedronken in zogenoemde Maquis. Vanaf daar ging mijn reis verder naar Ghana, en Stef ging terug naar Amsterdam. Ghana was geweldig! Droog in het noorden, maar groen en benauwd in het zuiden met prachtige stranden en wat een lekker eten! Alle kindjes hadden nette schooluniformpjes aan en zagen er zo gezond uit. Het was ook gek om opeens Engels te moeten spreken, en ik miste het Frans eigenlijk een beetje (en gek genoeg zelfs woorden zoals Toebab! - Blanke!)

Mijn uitstapje naar Ghana was wat minder goed gepland, en helaas helaas, ik moest terug naar Burkina om vanaf Ouagadougou terug te vliegen. Het was me niet gelukt om mijn ticket om te boeken naar Accra. Op mijn terugweg heb ik nog een uitstapje gemaakt naar een National Park in Burkina en heb ik voor het eerst - hiephoi - echte wilde olifanten gezien! En na nog een te gekke Paasdienst in een Afrikaanse kerk, bracht het vliegtuig mij terug naar Toebab-land, waar ik dus vanaf maandag weer mijn best doe te acclamatiseren.

Dat was voor het nu, maar hopelijk tot snel in het echte leven en anders op deze blog met nog meer reisverhalen!

Veel liefs,
Mirjam

PS Waarschijnlijk zet ik ook nog een stukje over het project in Kita online, dus dan moet je niet meteen denken dat ik weer weg ben!

PPS Sorry voor deze grote lap tekst: foto's toevoegen via blogspot gaat nog niet optimaal. Jullie kunnen mijn foto's gauw zien via Picasa of bij de dia-avond!

dinsdag 2 maart 2010

Quitter Kita


Nog één nachtje en dan is het zover: het begin van mijn rondreis. Mijn aanstaande vertrek geeft me een beetje een dubbel gevoel: Ik raak steeds meer gehecht aan bepaalde mensen hier en zou natuurlijk altijd meer willen doen dan ik gedaan heb. Anderzijds weet ik dat ik in een week of zelfs een maand extra ik niet veel meer bereikt zal hebben, en nu het hier boven de 40 graden is zie ik erg uit naar ontspannen, biertjes drinken en vooral water!!!

De laatste weken zijn echt in een vloek en een zucht voorbij gegaan, maar er is ook heel veel gebeurd. De eerste rolstoel is bijvoorbeeld af! Hopelijk volgen er meer. En vanmiddag krijgen we uitsluitsel over de marktplaats.

Ik ben ook steeds meer geintegreerd in het Afrikaanse leven: Mijn garderobe bestaat bestaat inmiddels voor de helft uit kleding van Malinese makelij, ik ga naar de discotheek (dat heet hier een boitie – letterlijk een doos) en naar de kerk, en wordt uitgenodigd voor Malinese feesten. Allemaal heel leuk dus en ik zou er veel meer over kunnen schrijven!

Alleen... op dit moment heb ik een beetje stress (stress in Afrika?!) dus houd ik het een beetje kort: Ik ben te druk bezig met laatste projectafrondingen, voorbereidingen voor mijn reis én natuurlijk ook voor mijn Diner d'Adieu of is het Au revoir?

De komende 4 weken ga ik rondreizen en als het lukt zal ik jullie de leukste ervaringen toe sturen!
Maar nu eerst dus nog een extra druk dagje Kita!

PS Vervolg en ontknoping van het laptopverhaal: ik geef de laptop vanavond officieel aan de Coordination van de Jumelage (dus als het ware de organisatie waarvoor ik hier ben), zodat zij deze kunnen gebruiken voor hun correspondentie met Voorschoten. Bedankt voor jullie nuttige inbreng!

zaterdag 20 februari 2010

Wie van de drie?

Ok, ik heb het een beetje verpest en heb nu letterlijk jullie advies nodig. Ik kom er namelijk zelf nu even niet uit. De situatie is als volgt:

Ernst en ik hebben een kleine netbook. Wij gebruiken hem niet, dus het plan was dat ik hem mee zou nemen naar Mali en er hier iemand 'gelukkig' mee zou maken. Mijn eerste idee was dat ik hem aan mijn gastgezin zou geven, vooral omdat hier heel veel kinderen zijn die er veel van zouden kunnen leren. Maar Adama (mijn 'vader') begon al gauw net wat te nadrukkelijk te zeggen dat hij graag mijn laptop wilde hebben, zonder dat ik ook maar gezegd had dat ik hem hier achter wilde laten. Kinderen die vragen... En wat ook niet zo ten gunste van de familie werkt is dat hier letterlijk alles binnen een paar dagen tot een maand kapot gaat (gewoon te veel kinderen, te veel enthousiasme) en er eigenlijk niemand is die snapt hoe een computer werkt.

Vandaar dat ik verder ging kijken: een bevriende Amerikaan uit Bamako vertelde me dat op de universiteit van Bamako 20 studenten op twee computers werken. Dat leek me dus een goed doel: wel wat onpersoonlijker, maar ik zou in elk geval zeker weten dat het de laptop goed tot zijn recht zou komen.

Toen werd de situatie wat lastiger: Adama begon letterlijk te zeggen dat hij mijn laptop wilde hebben en toen heb ik maar gelogen dat ik hem in Nederland ook nodig heb. Ik voelde me hier een beetje rot over, maar durfde ook niet te zeggen dat ik er geen vertrouwen in heb dat de computer bij zijn familie goed tot zijn recht zal komen. En toen heb ik de kwestie voorgelegd aan Cherif, de president van de Jumelage in Kita en hier mijn soort van vaste raadspersoon is...

En dat was dus niet zo'n goed idee: Toen ik het verhaal had uitgelegd, begon Cherif te lachen en vertelde mij dat het een provocatieve vraag was. En wat bleek: Cherif zou ook heel goed zo'n laptop kunnen gebruiken. Hij kan redelijk goed met internet overweg, heeft ook veel kinderen maar een meer georganiseerd huishouden, en als president van de Jumelage moet hij vaak het een en ander uittypen wat hij nu in het internetcafé doet. Hij heeft bovendien veel voor mij gedaan dus het zou een mooi afscheidscadeau zijn. En... hij weet nu ook dat ik de laptop in Mali achter ga laten en dus ook dat als ik hem aan iemand anders geef, ik er voor bewust voor kies hem niet aan hem te geven.

Nu weet ik het dus helemaal niet meer! Graag hoor ik van jullie wat jullie adviseren, en dus aan wie ik de laptop het beste kan geven:

A. Adama
B. Universiteit van Bamako
C. Cherif

En eventueel ook hoe ik dat het beste naar de rest kan communiceren. Bedankt!

PS Bijgevoegde foto is niet Adama of Cherif, maar een Malinese griot. Gewoon om de boel een beetje aan te kleden.

Project-update

Het gaat inmiddels lichamelijk een stuk beter! Bedankt voor al jullie aansterkende berichtjes! Ik ben weer, voor zover mogelijk, druk aan het werk. Werken wordt soms wat moeilijk gemaakt door bijvoorbeeld communicatieproblemen, hoge verwachtingen en een niet werkend internet, maar toch zijn er ontwikkelingen.

Samen met de gehandicapten heb ik een plan geschreven voor een marktplaats. Een korte samenvatting heb ik gisteren overhandigd aan de derde burgemeester, die naar eigen zeggen de verantwoordelijke is voor de problemen: educatie, gezondheidszorg en dus ook de gehandicapten. Het uitgebreide plan wordt momenteel gecorrigeerd op Franse taalfouten. Juist omdat ik een toubab (blanke) ben, is de kans dat ons plan gehonoreerd wordt extra groot. De Malinezen moeten soms wel zes maanden op een antwoord wachten. En het helpt ook mee dat de derde burgemeester graag wil dat zijn tweede vrouw een Nederlandse zal zijn. Hij was in elk geval erg positief over het plan.

Voor een goede start op de markt, heeft de Jumelage wat geld beschikbaar gesteld om de materialen aan te schaffen voor leerbewerking. Vier van de gehandicapten zijn hierin gespecialiseerd en omdat er op dit moment op de markt geen leerbewerkers te vinden zijn, leek dit ons letterlijk een gat in de markt. Mocht het een succes blijken, zal ik aan de Jumelage voorstellen om een training voor de andere gehandicapten te financieren.

Ook is besloten om alvast één rolstoel te laten maken door een atelier hier in Kita. Eén rolstoel is misschien niet veel, maar voor die ene persoon die de rolstoel ontvangt maakt het wel een wereld van verschil. En zo kunnen we ook meteen kijken of het een succes is (het is de eerste keer dat dit atelier een rolstoel maakt) en of het hier in het vervolg meer financiering voor moeten zoeken.

En dan tot slot nog het dak: omdat een dak van hooi of hout niet 'jolie' (mooi) gevonden wordt, er niet genoeg geld beschikbaar is voor een metalen dak (er is namelijk al heel veel geld in het kippenhok gestoken, soms gaat de geldkraan gewoon dicht), en ik ook graag de gehandicapten zelf wil stimuleren, heb ik met ze afgesproken dat ze met de winst van de marktplaats zelf een deel van het dak financieren. Er is dus reeds een startbedrag, maar de rest moet de Coopérative zelf bij elkaar sparen. Ik ben al uitgenodigd voor de inauguratie van het kippenhok – ik ben benieuwd wanneer dit heuglijk feit zal plaatsvinden en ik dus terug in Kita zal komen!

maandag 15 februari 2010

Ziek in Afrique

Het is alweer een tijdje geleden dat jullie iets van me gehoord hebben. In de tussentijd is er veel gebeurd – ik ben nog nooit zo ziek geweest, heb een ongeluk gehad, Ernst is langsgeweest, we hebben mijn verjaardag gevierd (dat was allebei heel leuk!) en nu ben ik weer ziek. Hoewel Kita en Mali in principe heel leuk zijn, is ziek zijn in een warm stoffig ontwikkelingsland land dus echt niet leuk.

Het eerste ziekzijn begon drie weken geleden met een zeer vastzittende hoest . De apotheker schreef meteen antibiotica voor, en na twee dagen niet slapen ben ik daarvoor gezwicht. Het bovenstaande ongeluk viel overigens heel erg mee (fiets tegen motor, fiets kapot, veel schaafwonden), maar doordat ik me al zo zielig voelde, was het toen wel even te veel van het goede.

De hoest ging echter niet over en werd alleen maar erger. Ik kon niet goed ademhalen, had koorts, en mijn maag dacht dat mijn hoestbeweging een hele andere beweging was dus eten ging ook niet meer. Inmiddels was ik in Bamako en in een kliniek daar bleek dat de helft van mijn rechterlong vol zat met bronchitisinfiltrataten.

Na een week lang slaap, de goede antibiotica (die eerste was dus niet goed) en Ernst die inmiddels ook in Bamako was gekomen ging het gelukkig weer een beetje beter. We zijn samen afgereisd naar Segou, naar het Festival Sur le Niger. Echt geweldig om te zien hoe Afrikanen uit hun dak kunnen gaan, en ook heerlijk genoten van zwembad, pizza's en een heel leuk boottochtje op de Niger.

Nu ben ik terug in Kita. Ernst is hier ook twee nachtjes geweest en heeft alles gezien en vooral heel veel met de kinderen gespeeld! Ook hebben Ernst-Jan en Adama afgesproken wat mijn bruidschat is: 2 koeien, 10 kolanoten en geld. En nu ben ik weer ziek – ik voelde me al nog niet fantastisch, de hoest (hier sogo sogo genoemd) was nog niet weg, en ik had het bij vlagen heel warm – maar nu is mijn buik helemaal van streek. Afrika is in die zin een ideaal dieet, want ik heb het idee dat de afgelopen drie weken mijn maaginhoud zo groot geworden is als een knikker.

Ziek zijn is nooit leuk, maar hier in Mali krijgt het toch een heel andere dimensie. Je weet wel meteen weer waarom je je inzet voor een betere internationale gezondheidszorg. Het warme seizoen is in gegaan (ik dacht al: hoe kan dit nu de winter zijn) dus het is hier iedere dag op zijn minst 35 graden. En er is vooral ook heel veel stof. Ik heb echt bewondering voor de mensen die hier wonen, want ik kan het echt met moeite uithouden. Ik slaap nu vooral heel veel en ik hoop vooral dat het snel overgaat, zodat ik jullie weer allemaal leuke dingen kan vertellen over mijn project (daarover volgende keer meer, er zijn wel wat ontwikklingen) en het leven in Kita.

vrijdag 22 januari 2010

La Brousse

Afgelopen week ben ik wel vier keer de rimboe in geweest om dorpjes te bezoeken. In het eerste dorp was ik om de tuin van de gehandicapten te bekijken, en in een ander dorp om bij een groot feest te zijn ter ere van een Malinese filantroop.

Met name het feest in het dorpje Gunbango was een groot spektakel vol met bombarie, muziek, gedans en geweerschoten! Ook heel fijn om te zien dat de rijke Malinesen ook geld in hun eigen land willen investeren. Als het lukt, zet ik straks ook wat filmpjes online. Een nachtje doorbrengen in een 'echt authentiek' Malinees dorp was natuurlijk ook een hele ervaring (al heb ik niet zo lekker geslapen).En gisteren heb ik met mijn 'vader' Adama het dorp bezocht waar hij vice-burgemeester is en hebben we vervolgens een nachtje doorgebracht in het dorp waar zijn eerste vrouw woont.

Ieder bezoek gaat gepaard met een bezoek aan de chief, de dorpoudste en in mijn geval ook de medical centre, want ze denken allemaal hier dat ik arts ben. Ik laat ze maar een beetje in die waan omdat ik het niet zo goed uit kan leggen hoe het nu echt in elkaar zit. Ieder bezoek gaat gepaard met de vraag of er geen geld kan worden gegeven voor een of ander project. Ik houd het er maar op dat ik maar een klein persoontje in het hele spel ben, en dat ik nu dus geen beloftes kan maken. Toch zijn ze erg vereerd door mijn bezoek en krijg ik ook geregeld naast veel gelukswensen ook cadeautjes mee: papaya's, sinaasappels en vanochten een kip! Ze heet Poelie, maar ik heb haar bij de eerste vrouw van Adama achtergelaten. Ik betwijfel of ze nog lang te leven heeft.

In ieder dorp zijn de kinderen nogal viezig, maar wel lief en gek op foto's. Ook de oudjes vinden een digitaal fototoestel opvallend leuk. Ik moet dus uitkijken waar ik mijn camera wel anders word ik continu belaagd. Alle mensen zijn heel aardig en hartelijk, al versta ik na drie zinnen niet meer wat ze zeggen. Ze spreken namelijk alleen maar Bambara.

Het leven in de dorpjes is hard, maar eigenlijk lijkt het voor vooral de mannen nog wel mee te vallen. Lekker in de schaduw zitten, en een beetje belangrijjk doen (vooral als je vice-burgemeester bent) door veel te praten en af en toe een stempel te zetten. Niet dat ik het ze kwalijk neem: als de temperatuur in Nederland het gehele jaar tussen de 30 en de 45 graden Celsius zou liggen, zouden wij waarschijnlijk ook aanmerkelijk minder productief zijn. En er zijn natuurlijk ook zeker Malinese mannen die wel heel hard werken, vooral in de stad. Ze vinden overigens dat ik, net als alle Nederlanders, hard werk.

De vrouwen werken hier, ook in vergelijking met mij, juist heel hard, want koken hier is een flinke klus, inclusief hout sprokkelen, graan malen, en vooral heel veel wachten. En dat twee keer per dag. Ik zou er het geduld niet voor hebben. Er zijn overigens opvallend veel vrouwen en kleine kinderen in de dorpjes. Bijna alle mannen hebben twee, drie of vier vrouwen en alle grote kinderen wonen bij familie in de stad om daar naar de middelbare school te gaan of te werken. Ik begrijp nog niet helemaal hoe dat logistiek met polygamie werkt: er moet toch ergens een groot overschot aan single mannen zijn. Ik ga dat toch eens navragen bij Adama...

donderdag 14 januari 2010

21 rolstoelen, twee burgemeesters en geen kippen

Op de werkplaats van de Cooperation pour les Personnes Handicapées 'werken' 26 mensen. Werken tussen aanhalingstekens, want eigenlijk wordt er amper gewerkt. Er zijn te weinig mensen die hun producten willen kopen, en dus kost het te veel geld om bijvoorbeeld de uit Nederland afkomstige naaimachine te gebruiken.

Ik ben in Kita om te kijken in hoeverre we de economische zelfstandigheid van deze groep kunnen verbeteren. In dit stadje en omstreken zijn ongeveer 3500 lichamelijk gehandicapten. Omdat de Malinese cultuur een hechte familiecultuur heeft, wordt er over het algemeen redelijk tot goed voor ze gezorgd. Maar omdat hun hersenen en hun handen vaak prima werken, willen de gehandicapten bij de Cooperation meer.


Aan ideeën is er in elk geval geen gebrek: een lasapparaat, een koelkast om ijsjes te verkopen en een werkplaats om zelf rolstoelen te maken behoren onder andere tot de wensen. Maar het probleem blijft dat er nu geen goede plek is om hun producten te verkopen. Om een marktplaats te bemachtigen moet ik met een goed omschreven plan langs bij de burgemeester van Kita. Ik ben inmiddels goede vriendjes met de derde vice-burgemeester (het lijkt de Europese Unie wel) dus wellicht kan hij een goed woordje voor me doen. En dan maar hopen dat de gehandicapten inderdaad genoeg kunnen produceren om iedere dag op de markt te staan, of in hun geval: te zitten.

Mobiliteit is een vereiste voor economische zelfstandigheid. De burgemeester van Voorschoten heeft in december Kita bezocht en beloofd om de aanschaf van een aantal speciale driewiel-rolstoelen te financieren. Maar de lijst van gewilligden is lang, en hoewel lokaal gemaakt, zijn de driewielers schikbarend duur. Het is dus nog de vraag hoeveel rolstoelen er gemaakt gaan worden en hoeveel gehandicapten nog langer moeten wachten op extra bewegingsvrijheid.

En dan is er het niet afgebouwde kippenhok. Omdat het houden van kippen goed door gehandicapten gedaan kan worden, en hier redelijk wat geld mee te verdienen is, is destijds besloten om de bouw van een kippenhok te financieren. Uit Nederland zijn mooie ontwerpen verstuurd. Maar helaas: er staat er nu alleen maar een cementen hok van 2 bij 8 meter, zonder dak en zonder kippen. Grote vraag is nu wat hier mee gaat gebeuren...

Wordt vervolgd...

4 - 4

Op 10 januari was de aftrap van de Africa Cup met als beginwedstrijd Angola – Mali. Deze wedstrijd gaat waarschijnlijk de hoofdjes (want boeken zijn hier schaars) in als zeer memorabel: Na met 4-1 achter te hebben gestaan, zijn de Malinese voetballers erin geslaagd om dit terug te brengen tot een gelijkspel met twee doelpunten in de blessuretijd! Na afloop gingen de Malinese kinderen massaal de straat op om deze uitslag te vieren. Hieronder een filmpje.


Vanmiddag het vervolg: Mali - Algerije! Het mannelijke deel van mijn familie vindt me overigens een goede partisaan, want ik heb een Malinees vlaggetje en juich hard mee. Hiephoi een vrouw die voetbal kijkt!

zondag 10 januari 2010

Ikakene (ofwel: hoe gaat het)?

Een eerste bericht uit Mali. Tout va bien!

Na een eerste opstartprobleempje – aansluitend vliegtuig gemist dus een nachtje in Casablanca – eerst twee nachtjes doorgebracht in een druk Bamako. Wat een overgang: van -5 graden Celsius naar + 35 graden. En het wordt nog 'erger'!

Mijn lichaam moest wel even wennen, maar dat kan ook komen omdat ik door de Malinezen overtuigd was dat het water hier gezuiverd is, of kwam het toch door het voedsel. Ze snappen niets van vegetariër-zijn, maar ze doen hun
best om me zo weinig mogelijk ni viande, ni poulet, ni poisson te voor te schotelen...

Mijn reis van Bamako naar Kita verliep goed, vooral omdat ik vergezeld werd door een heel gezellige meneer genaamd Cherif Coulibali, de voorzitter van de Coordination, de Malinese dependance van de Jumelage-Voorschoten-Kita. Cherif doopte me meteen om tot Miriam Couliballi, mijn lokale naam. Later kwam ik er achter dat Coulibali eigenlijk een naam was die slaven droegen, dus ik vraag me af of ik blij mag zijn met deze naam.

Ik logeer in het huis van Adama, eveneens lid van de Coordination. Het is erg druk, want er zijn twee vrouwen en zeven kinderen en nog een hoop neefjes en nichtjes. De kinderen vinden mij en ook mijn computer erg gezellig – ze proberen nu allemaal mee te lezen wat ik schrijf. Gelukkig vindt het meeste leven buiten plaats en heb ik een eigen kamertje. Deze staat alleen helemaal vol met mijn enorme bed. Omdat Ernst ook een paar dagjes langs komt, hebben ze speciaal een tweepersoonsbed voor me gemaakt (Adama is timmerman). Maar een matras is niet van hout, dus mijn eerste daad in Kita was een nieuw matras kopen.

Frans praten is overigens best lastig hier omdat er heel veel Bambara (de lokale taal) doorheen gegooid wordt. Ik doe mijn best om een beetje Bambara te leren, zodat ik ook kan vragen: Hoe is het met je? Lekker geslapen? Hoe is het met je familie? Hoe is het je buren? Hoe is het op school? Ze zijn hier erg gezellig en blijven bij iedereen staan die ze ook maar een beetje kennen. Lopen gaat dus niet zo snel.

Maar gelukkig heb ik een fiets! En roep ik naar iedereen die ik zie
anasogoma, anatile, anahula of anasu, afhankelijk van de tijd van de dag. Het is een Chinese fiets in Afrika, dus echt topkwaliteit! Maar ik fiets nu lekker door Kita van mijn project naar de markt, mijn huis, Cherif, en het internetcafé.

Volgende keer vertel ik meer over de aanvang van mijn project! Kambé!